Passie voor cliënten en het verpleegkundige vak in de gehandicaptensector

Style Element
Style Element

Voor veel verpleegkundigen is de gehandicaptenzorg niet de eerste keuze. Vaak denken zij aan het ziekenhuis, de wijkzorg of de VVT. Dat gold ook voor Riëtte. Tijdens haar opleiding verpleegkunde was ze ervan overtuigd dat ze in het ziekenhuis zou gaan werken. Tot ze tijdens haar stage bij Abrona kennismaakte met de gehandicaptenzorg.

Deel bericht:

Inmiddels werkt Riëtte bijna zes jaar als verpleegkundige en persoonlijk begeleider op Sterrenberglaan 10, een woonlocatie voor ouder wordende cliënten met een verstandelijke beperking.

Van stage naar werk

Ze begon in 2020 bij Abrona als stagiair. Die ervaring maakte indruk. “Ik heb een passie ontwikkeld voor de cliënten en het verpleegkundige vak in de gehandicaptenzorg. Na mijn stage ben ik hier eigenlijk een beetje blijven hangen met flexwerk.”

Naast haar studie werkte ze af en toe op de groep. Toch wilde ze ook het ziekenhuis ervaren.
“Het werk in het ziekenhuis voelde vaak wat tijd- en taakgedreven. Hierdoor schiet persoonlijke aandacht voor patiënten soms tekort. In de gehandicaptenzorg voelt dit heel anders.”

Werken met verschillende cliënten

Op de locatie waar Riëtte werkt, wonen cliënten tussen de 55 en 92 jaar. De doelgroep is divers: van lichte tot ernstige verstandelijke beperkingen. Soms in combinatie met lichamelijke problematiek, autisme of het syndroom van Down. “Iedereen heeft een eigen ziektebeeld en aandoening en iedereen z’n eigen handleiding. Dat maakt het werk heel erg leuk.”

Verantwoordelijkheid als persoonlijk begeleider

Als persoonlijk begeleider coördineert Riëtte de zorg voor een aantal cliënten. Ze schakelt met artsen, therapeuten en familie en bewaakt het totaalplaatje. “Alles wat de cliënt nodig heeft, regel ik. Of het nou met de wettelijk vertegenwoordiger is, met een arts of met de fysiotherapeut. Dat gaat 24 uur door. Die verantwoordelijkheid stopt niet na een dienst. Dat is een duidelijk verschil met het ziekenhuis. Daar draag je na je dienst je patiënten over."

Verpleegkundige handelingen én denken

Veel verpleegkundigen denken niet direct aan verpleegtechnische handelingen in de gehandicaptenzorg. Riëtte had dat beeld zelf ook. “Ik dacht dat de gehandicaptenzorg geen verpleegkundig beroep was. In de praktijk blijkt dat anders. Het gaat van katheterzorg naar wondzorg. In de palliatieve fase komen daar handelingen bij zoals het werken met vlindernaalden. Daarnaast speelt het verpleegkundig redeneren een grote rol. Als een cliënt moeilijk verstaanbaar is en aangeeft ‘ik heb buikpijn’, dan kan het van alles betekenen. Dat moet je laag voor laag gaan afpellen.”

Puzzelen in de praktijk

“Je bent eigenlijk elke dag aan het puzzelen. Wat zie ik? Wat zit hierachter?” Ze geeft een voorbeeld van een cliënt die pijn in zijn bovenrug aangaf. Uiteindelijk bleek er sprake van een blaasontsteking. “Nadat dit behandeld was, gaf de cliënt daar geen pijn meer aan.”

Ook op gedragsniveau vraagt het werk om maatwerk. Zo werd een cliënt met autisme rustiger toen hij meer keuzevrijheid kreeg in zijn dagprogramma. “We hebben hem echt zien opbloeien. Ook al is hij al 75.”

Samenwerken met verschillende disciplines

In de gehandicaptenzorg werk je nauw samen met andere professionals, zoals artsen, therapeuten en gedragsdeskundigen. “Dan vraag ik de ergotherapeut: wil jij eens meekijken? Vervolgens overleg ik met de fysiotherapeut, artsen en de wettelijk vertegenwoordiger.”

Ook kleine vraagstukken kunnen complex zijn. “Als iemand niet goed drinkt en afvalt, dan licht je de diëtist in. Maar dan zegt de logopedist: ‘een rietje mag niet’. En dan blijkt weer dat bepaalde medicatie niet samen mag met verdikkingsmiddel.”

Het echte leven centraal

Voor Riëtte is het belangrijk dat cliënten zoveel mogelijk hun eigen leven kunnen leiden. “Het is voor ons belangrijk dat het niet gaat zoals wij het willen en wat voor ons makkelijk is. Het vraagt maatwerk.”

Ze noemt een cliënt die zelfstandig naar het dorp wilde. Door praktische oplossingen te regelen, werd dat mogelijk.
“Zo kan iemand het echte leven ervaren. Dat is wat we cliënten heel erg proberen te geven.”

Ook via huiskamer-overleggen krijgen cliënten inspraak. “Dan mogen ze allemaal aangeven wat ze willen. Er komen soms hele mooie verrassende dingen uit.”

Samenwerken in het team

Als persoonlijk begeleider heeft Riëtte ook een coachende rol binnen het team. Ze ondersteunt collega’s en bewaakt de continuïteit van zorg. “Hoe zorgen we ervoor dat iedereen in het team hetzelfde doet?” Die samenwerking is gelijkwaardig. “Maar er heerst geen hiërarchie. We werken echt met z’n allen.”

Een onderschat vakgebied

Volgens Riëtte wordt de gehandicaptenzorg nog vaak onderschat. “Het is zo zonde dat mensen vaak niet weten wat voor pareltje in de zorg dit eigenlijk is.”

Haar advies aan andere verpleegkundigen is dan ook duidelijk: “Ga juist kijken bij de doelgroepen waarvan je denkt: dat is misschien niet iets waar ik voor zou kiezen.”

Voor haar zit de waarde van het werk in de kleine dingen. “Het verschil zit in veiligheid bieden, vertrouwen opbouwen en iemand het gevoel geven dat ie er echt toe doet.”